demo-toets

Nadat de verplichting voor de landelijke taaltoets voor eerstejaarsstudenten pabo in 2016 werd afgeschaft, heeft Thomas More Hogeschool een verbeterde toets gemaakt. Die toets bestaat uit 125 twee-, drie- en vierkeuzevragen, verdeeld over zes onderdelen: werkwoordsspelling, overige spelling, leestekens, zinsdelen, woordsoorten en ‘formuleren’.

Voor een voldoende eindresultaat geldt een minimumscore per onderdeel. Voor het onderdeel ‘werkwoordsspelling’ (de d’s en t’s) geldt verreweg de strengste eis.

Onderstaande demo-toets bevat 70 vragen.

onderdeel werkwoordsspelling (in de officiële toets 40 vragen)
1. De (vermelden) gegevens bleken niet meer actueel.
2. Zo'n opleiding (bieden) je goede kansen.
3. Die informatie (vinden) je niet op de website.
4. Hij (rijden) bij die snelheidscontrole veel te hard.
5. Dat klopte niet met de gegevens die hij (vermelden) had.
6. (Besteden) voldoende tijd aan de voorbereiding van je presentatie.
7. Er wordt soms illegaal olie op zee (lozen).
8. De eind 19e eeuw (verzanden) haven was niet meer toegankelijk voor vissersschepen.
9. (Houden) je die gegevens allemaal bij?
10. De (ontvluchten) gevangenen werden snel weer opgepakt.
11. Die informatie stond niet op de site (vermelden).
12. (Vermijden) dat soort vage woorden.
13. Hij (proeven) gisteren verschillende gerechten.
14. Je (vinden) daar veel nuttige informatie.
15. Hij kon die vraag toen niet (beantwoorden).
16. (Melden) u bij de receptie.
17. Hij (trachten) toen die fout snel te herstellen.
18. Ik heb het liefst vers (bakken) brood.
19. Hij (verrassen) ons gisteren met een cadeau.
20. Die man (houden) je altijd lang aan de praat.
21. Je ziet wel vaker dat het weer snel (veranderen).
22. Hij heeft de vloer met een borstel (schoonschrobben).
23. Hij doet niet altijd wat hij (beloven) heeft.
24. Het is belangrijk dat je de bron nauwkeurig (vermelden).
25. (Vinden) u dat een moeilijke vraag?

 

In de oefeningen bij de e-learning is de uitleg uiteraard (veel) uitgebreider!

De correcte spelling van de werkwoordsvormen getuigt naast kennis van regels ook van grammaticaal inzicht. Dat inzicht is onder andere belangrijk voor een correcte zinsbouw. In veel taaltoetsen is dit onderdeel daarom breed opgenomen en wordt er grote waarde aan toegekend.

Al vrij snel in het eerste studiejaar van de pabo bij Thomas More Hogeschool krijg je les in didactiek van de spelling (hoe leer ik de leerlingen op de basisschool spellen), o.a. werkwoordsspelling. Je moet die stof dan zelf uiteraard volledig beheersen en alle werkwoordsvormen beslist foutloos kunnen spellen!


onderdeel overige spelling (in de toets 20 vragen)
26. Kies de juiste spelling:
27. Kies de juiste spelling:
28. Kies de juiste spelling:
29. Kies de juiste spelling:
30. Kies de juiste spelling:
31. Kies de juiste spelling:
32. Kies de juiste spelling:
33. Kies de juiste spelling:
34. Kies de juiste spelling:
35. Kies de juiste spelling:
onderdeel leestekens (in de toets 15 vragen)
36. Begin tijdig met de voorbereiding _ het is veel leerstof.
Op de plaats van _ past het best een
37. Voor een moestuintje voor kinderen zijn snelle groeiers het meest geschikt _ radijs, sla en raapstelen. Bij _ past een
38. Ik vraag me af hoe hij zoiets voor elkaar krijgt _
Op plaats van _ komt een
39. ''Ik breng het straks wel even'': zei zij toen.
Het gebruik van leestekens is hier
40. Je kon van alles kiezen _ water, thee, koffie, frisdrank, bier en wijn. Bij _ komt een
41. Zij dacht: ''Ik had dat beter niet kunnen zeggen.''
Het gebruik van leestekens is hier
42. Een jongen die zoiets zegt _ moet je niet vertrouwen.
Op de plaats van _ komt
43. “Dat is onzin (1)” (2) riep hij. In deze zin komt
44. Er zijn vijf bewoonde Nederlandse Waddeneilanden_ Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Op de plaats van _ komt een
45. Hij zei: ''Zal ik het morgen even brengen?'' Het gebruik van leestekens is hier

 

Het gebruik van leestekens wordt niet altijd uitvoerig behandeld in het voortgezet onderwijs (men vindt het vaak een lastig onderdeel). Toch is het onmisbaar voor het goed en prettig leesbaar maken van teksten, o.a. van de werkstukken en verslagen tijdens je studie!

onderdeel zinsdelen (in de toets 15 vragen)
46. Hij is toen heel kwaad geworden.
'heel kwaad' is
47. Zo'n som kun je gemakkelijk maken.
'Zo'n som' is
48. Waar wordt dat eigenlijk vermeld?
'Waar' is
49. Hij heeft uiteindelijk gekozen voor die studie.
'voor die studie' is
50. Ons hebben ze dat toen niet verteld. 'Ons' is
51. Dat meisje is de beste van de klas. 'de beste van de klas' is
52. De leerlingen moesten bij de deur wachten. 'bij de deur' is
53. Wie heeft je dat verteld? 'Wie' is

 

Voor velen zijn de zinsdelen en de woordsoorten stof van ‘lang geleden’ (en sommige studenten beweren delen daarvan nooit geleerd te hebben). Onder andere voor de werkwoordsspelling en de analyse en verbetering van de zinsbouw heb je die kennis nodig.

onderdeel woordsoorten (in de toets 15 vragen)
54. Je zult al die hoofdstukken moeten bestuderen.
'moeten' is
55. Heb je daar ook al gezocht?
'daar' is
56. Het antwoord dat hij gaf, maakte een domme indruk.
'dat' is
57. Ik heb me toen vergist.
'me' is
58. Dat hij ook zou komen, wist ik niet. 'Dat' is
59. Is dat een vriend van jou? 'jou' is
60. Dat restaurant is naast het station. 'naast' is
onderdeel ‘formuleren’ (in de toets 20 vragen)

Bij dit onderdeel gaat het niet om de spelling en het gebruik van leestekens. Het gaat vooral om fouten in woordkeus en zinsbouw en om stijlfouten (o.a. pleonasme en contaminatie).

61. Ik hoorde dat hun ook komen.
Deze zin is
62. Zij is volgens mij een jaar ouder dan jij.
Deze zin is
63. Zij besefte zich dat toen helemaal niet.
Deze zin bevat
64. De helft van de leerlingen was al snel klaar.
Deze zin bevat
65. Dat is een meisje die altijd erg behulpzaam is.
Deze zin bevat
66. Men wil de capaciteit zo optimaal mogelijk benutten.
Deze zin bevat
67. Voor die maatregel zullen wel goede reden zijn.
Deze zin bevat
68. Ik irriteerde me aan zijn gedrag.
Deze zin bevat
69. De omzet van dat bedrijf is vorig jaar flink groter gegroeid.
Deze zin bevat
70. Ik kon me dat toen niet zo goed herinneren.
Deze zin bevat

 

Als je geen of hoogstens enkele fouten hebt gemaakt, zul je de taaltoets waarschijnlijk zonder verdere voorbereiding met een voldoende resultaat kunnen maken. Als je meer fouten hebt gemaakt, raden wij je vroegtijdige voorbereiding aan.

Deze demo-toets is een gratis service en is bedoeld om je snel een indruk te geven van de eisen, maar het is natuurlijk niet voldoende als voorbereiding op de toets!

Wij vragen voor het volledige pakket e-learning ter voorbereiding op de taaltoets – inclusief helpdesk – voor gebruik heel 2019  € 24,-. Voor huidige eerstejaarsstudenten: 4 maanden gebruik: €  19,-

Ter vergelijking: een bekende uitgever van woordenboeken biedt (voor personeel van organisaties en bedrijven) een training voor (alleen) ‘werkwoordsspelling’ aan van een halve dag, voor € 262,- exclusief btw (per persoon) … (koffie / thee waarschijnlijk inbegrepen).

Terug naar de startpagina

Onze e-learning is een professionele particuliere onderwijsactiviteit zonder winstdoel.