demo-toets

Nadat de verplichting voor de landelijke taaltoets voor eerstejaarsstudenten pabo met ingang van het studiejaar 2016-2017 werd afgeschaft, is toen in opdracht van Thomas More Hogeschool in Rotterdam een verbeterde versie gemaakt bij dezelfde leerstof. Die toets bestaat uit 125 twee-, drie- en vierkeuzevragen, verdeeld over zes onderdelen, net zoals bij de oude landelijke toets: werkwoordsspelling, overige spelling, leestekens, zinsdelen, woordsoorten en ‘formuleren’.

Deze demo-toets kan model staan voor de taaltoetsen voor eerstejaarsstudenten pabo.

Wil je meer weten over de verschillen met de oude landelijke toets? > FAQ vraag 1

Onderstaande demo-toets bevat 70 vragen (en kost je ongeveer 20 minuten).

onderdeel werkwoordsspelling
1. De (vermelden) gegevens bleken niet meer actueel.
2. Zo'n opleiding (bieden) je goede kansen.
3. Die informatie (vinden) je niet op de website.
4. Hij (rijden) bij die snelheidscontrole veel te hard.
5. Dat klopte niet met de gegevens die hij (vermelden) had.
6. (Besteden) voldoende tijd aan de voorbereiding van je presentatie.
7. Er wordt soms illegaal olie op zee (lozen).
8. De eind 19e eeuw (verzanden) haven was niet meer toegankelijk voor vissersschepen.
9. (Houden) je die gegevens allemaal bij?
10. De (ontvluchten) gevangenen werden snel weer opgepakt.
11. Die informatie stond niet op de site (vermelden).
12. (Vermijden) dat soort vage woorden.
13. Hij (proeven) gisteren verschillende gerechten.
14. Je (vinden) daar veel nuttige informatie.
15. Hij kon die vraag toen niet (beantwoorden).
16. (Melden) u bij de receptie.
17. Hij (trachten) toen die fout snel te herstellen.
18. Ik heb het liefst vers (bakken) brood.
19. Hij (verrassen) ons gisteren met een cadeau.
20. Die man (houden) je altijd lang aan de praat.
21. Je ziet wel vaker dat het weer snel (veranderen).
22. Hij heeft de vloer met een borstel (schoonschrobben).
23. Hij doet niet altijd wat hij (beloven) heeft.
24. Het is belangrijk dat je de bron nauwkeurig (vermelden).
25. (Vinden) u dat een moeilijke vraag?

 

In de oefeningen bij onze e-learning is de uitleg uiteraard uitgebreider!

De correcte spelling van de werkwoordsvormen getuigt naast kennis van regels ook van grammaticaal inzicht. Dat inzicht is onder andere belangrijk voor een correcte zinsbouw. In veel taaltoetsen is dit onderdeel breed opgenomen en wordt er grote waarde aan toegekend.

Vaak al vrij snel in het eerste studiejaar van de pabo krijg je les in didactiek van de spelling (hoe leer ik de leerlingen op de basisschool spellen), o.a. werkwoordsspelling. Je moet die stof dan zelf uiteraard volledig beheersen en werkwoordsvormen foutloos kunnen spellen!


onderdeel overige spelling
26. Kies de juiste spelling:
27. Kies de juiste spelling:
28. Kies de juiste spelling:
29. Kies de juiste spelling:
30. Kies de juiste spelling:
31. Kies de juiste spelling:
32. Kies de juiste spelling:
33. Kies de juiste spelling:
34. Kies de juiste spelling:
35. Kies de juiste spelling:

 

Dit onderdeel kent helaas veel regels (en ook uitzonderingen). Wij geven in onze e-learning ook aan welke steun je daarbij in de dagelijkse praktijk waar kunt vinden.

onderdeel leestekens
36. Begin tijdig met de voorbereiding _ het is veel leerstof.
Op de plaats van _ past het best een
37. Voor een moestuintje voor kinderen zijn snelle groeiers het meest geschikt _ radijs, sla en raapstelen. Bij _ past een
38. Ik vraag me af hoe hij zoiets voor elkaar krijgt _
Op plaats van _ komt een
39. ''Ik breng het straks wel even'': zei zij toen.
Het gebruik van leestekens is hier
40. Je kon van alles kiezen _ water, thee, koffie, frisdrank, bier en wijn. Bij _ komt een
41. Zij dacht: ''Ik had dat beter niet kunnen zeggen.''
Het gebruik van leestekens is hier
42. Een jongen die zoiets zegt _ moet je niet vertrouwen.
Op de plaats van _ komt
43. “Dat is onzin (1)” (2) riep hij. In deze zin komt
44. Er zijn vijf bewoonde Nederlandse Waddeneilanden_ Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Op de plaats van _ komt een
45. Hij zei: ''Zal ik het morgen even brengen?'' Het gebruik van leestekens is hier

 

Passend gebruik van leestekens is onmisbaar voor het goed en prettig leesbaar maken van teksten, onder andere van de werkstukken en verslagen tijdens je studie!

onderdeel zinsdelen
46. Hij is toen heel kwaad geworden.
'heel kwaad' is
47. Zo'n som kun je gemakkelijk maken.
'Zo'n som' is
48. Waar wordt dat eigenlijk vermeld?
'Waar' is
49. Hij heeft uiteindelijk gekozen voor die studie.
'voor die studie' is
50. Ons hebben ze dat toen niet verteld. 'Ons' is
51. Dat meisje is de beste van de klas. 'de beste van de klas' is
52. De leerlingen moesten bij de deur wachten. 'bij de deur' is
53. Wie heeft je dat verteld? 'Wie' is

 

Voor velen zijn de zinsdelen en de woordsoorten stof van ‘lang geleden’ (en een enkel onderdeel kan ook nieuw zijn). Onder andere voor de werkwoordsspelling en de analyse en verbetering van de zinsbouw heb je die kennis nodig.

onderdeel woordsoorten
54. Je zult al die hoofdstukken moeten bestuderen.
'moeten' is
55. Heb je daar ook al gezocht?
'daar' is
56. Het antwoord dat hij gaf, maakte een domme indruk.
'dat' is
57. Ik heb me toen vergist.
'me' is
58. Dat hij ook zou komen, wist ik niet. 'Dat' is
59. Is dat een vriend van jou? 'jou' is
60. Dat restaurant is naast het station. 'naast' is
onderdeel ‘formuleren’

Bij dit onderdeel gaat het niet om de spelling en het gebruik van leestekens. Het gaat vooral om fouten in woordkeus en zinsbouw en om stijlfouten (o.a. pleonasme en contaminatie).

61. Ik hoorde dat hun ook komen.
Deze zin is
62. Zij is volgens mij een jaar ouder dan jij.
Deze zin is
63. Zij besefte zich dat toen helemaal niet.
Deze zin bevat
64. De helft van de leerlingen was al snel klaar.
Deze zin bevat
65. Dat is een meisje die altijd erg behulpzaam is.
Deze zin bevat
66. Men wil de capaciteit zo optimaal mogelijk benutten.
Deze zin bevat
67. Voor die maatregel zullen wel goede reden zijn.
Deze zin bevat
68. Ik irriteerde me aan zijn gedrag.
Deze zin bevat
69. De omzet van dat bedrijf is vorig jaar flink groter gegroeid.
Deze zin bevat

70. Ik kon me dat toen niet zo goed herinneren.
Deze zin bevat

 

Als je meer dan 10% van de vragen fout had, gaat het in feite om een achterstand. Je zou die stof (op ‘niveau 3F’) immers al moeten beheersen! Hoog tijd om daaraan te werken! 

Uitstel is in het hoger onderwijs de belangrijkste oorzaak van uitval: ca. 20% na één jaar. Naar onze ervaring zou dat bij minstens de helft van die studenten niet nodig zijn geweest bij een goede, tijdige studieplanning (plus voldoende discipline om die ook te volgen).

“Een probleem bij veel opleidingen hoger onderwijs is, dat docenten / vaksecties hun eigen jaarplan kunnen trekken, zonder rekening te houden met opdrachten en toetsen van collega’s. Doorgaans hebben – vreemd genoeg – alleen studenten het volledige beeld. Voor hen de lastige opgave om daar door een strakke planning zonder kleerscheuren doorheen te komen … ” (oud-voorzitter examencommissie hbo) 

Onze e-learning: alle benodigde, heldere theorie en 1850 oefenvragen met passende uitleg. Je kunt voor 19 euro* gedurende 8 maanden gebruikmaken van ons uitgebreide aanbod e-learning, met zo nodig snel deskundige hulp en ondersteuning via onze helpdesk.

* alleen een bijdrage in de diverse onkosten – geldt alleen voor (aankomende) studenten
(Als je een ‘referentiecode’ hebt gekregen, is de deelname voor jou kosteloos.)

actueel:

vrijdag 18 september: na ontvangst van je aanmelding (en betaling of referentiecode) kun je binnen enkele uren aan de slag aanmelden

Heb je nog vragen? Kijk eerst even bij FAQ. Heb je andere vragen of is er een belemmering, laat het ons dan gerust weten! Wij zullen snel reageren en je zo nodig helpen zoeken naar een passende oplossing.

Ook de aangeboden e-learning (met begeleiding) is een activiteit zonder winstdoel.

(Terug) naar de startpagina